Skip to content
Mattheüs 22:6-10

Mattheüs 22:6-10

6
En de anderen grepen zijn dienstknechten, deden hun smaadheid aan, en doodden hen.
7
Als nu de koning dat hoorde, werd hij toornig, en zijn krijgsheiren zendende, heeft die doodslagers vernield, en hun stad in brand gestoken.
8
Toen zeide hij tot zijn dienstknechten: De bruiloft is wel bereid, doch de genoden waren het niet waardig.
9
Daarom gaat op de uitgangen der wegen, en zovelen als gij er zult vinden, roept ze tot de bruiloft.
10
En dezelve dienstknechten, uitgaande op de wegen, vergaderden allen, die zij vonden, beiden kwaden en goeden; en de bruiloft werd vervuld met aanzittende gasten.

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein