Skip to content
Mattheüs 15:34-38

Mattheüs 15:34-38

34
En Jezus zeide tot hen: Hoevele broden hebt gij? Zij zeiden: Zeven, en weinige visjes.
35
En Hij gebood den scharen neder te zitten op de aarde.
36
En Hij nam de zeven broden en de vissen, en als Hij gedankt had, brak Hij ze, en gaf ze Zijn discipelen; en de discipelen gaven ze aan de schare.
37
En zij aten allen en werden verzadigd, en zij namen op, het overschot der brokken, zeven volle manden.
38
En die daar gegeten hadden, waren vier duizend mannen, zonder de vrouwen en kinderen.
Settings

Reading Style

Typeface

Font Size 19px

Options