Skip to content
Mattheüs 11:6-7

Mattheüs 11:6-7

6
En zalig is hij, die aan Mij niet zal geergerd worden.
7
Als nu dezen heengingen, heeft Jezus tot de scharen begonnen te zeggen van Johannes: Wat zijt gij uitgegaan in de woestijn te aanschouwen? Een riet, dat van den wind ginds en weder bewogen wordt?

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein