Lukas 8:31-32
31
En zij baden Hem, dat Hij hun niet gebieden zou in den afgrond heen te varen.
32
En aldaar was een kudde veler zwijnen, weidende op den berg; en zij baden Hem, dat Hij hun wilde toelaten in dezelve te varen. En Hij liet het hun toe.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein