Lukas 15:31-32
31
En hij zeide tot hem: Kind, gij zijt altijd bij mij, en al het mijne is uwe.
32
Men behoorde dan vrolijk en blijde te zijn; want deze uw broeder was dood, en is weder levend geworden; en hij was verloren, en is gevonden.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein
Settings