Skip to content
Leviticus 6:27-29

Leviticus 6:27-29

27
Al wat deszelfs vlees zal aanroeren, zal heilig zijn; zo wie van zijn bloed op een kleed zal gesprengd hebben, dat, waarop hij gesprengd zal hebben, zult gij in de heilige plaats wassen.
28
En het aarden vat, waarin het gezoden is, zal gebroken worden; maar zo het in een koperen vat gezoden is, zo zal het geschuurd en in water gespoeld worden.
29
Al wat mannelijk is onder de priesteren, zal dat eten; het is een heiligheid der heiligheden.

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein