Skip to content
Leviticus 19:33-35

Leviticus 19:33-35

33
En wanneer een vreemdeling bij u in uw land als vreemdeling verkeren zal, gij zult hem niet verdrukken.
34
De vreemdeling, die als vreemdeling bij u verkeert, zal onder u zijn als een inboorling van ulieden; gij zult hem liefhebben als uzelven; want gij zijt vreemdeling geweest in Egypteland; Ik ben de HEERE, uw God!
35
Gij zult geen onrecht doen in het gericht, met de el, met het gewicht, of met de maat.
Settings

Reading Style

Typeface

Font Size 19px

Options