Leviticus 13:29-30
29
Verder, als in een man of vrouw een plaag zal zijn in het hoofd, of in den baard;
30
En de priester die plaag zal bezien hebben, dat, ziet, haar aanzien dieper is dan het vel, en geelachtig dun haar daarop is, zo zal de priester hem onrein verklaren; het is schurftheid, het is melaatsheid van het hoofd of van den baard.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein