Skip to content
Klaagliederen 3:63-66

Klaagliederen 3:63-66

63
Schin. Aanschouw hun zitten en opstaan; ik ben hun snarenspel.
64
Thau. HEERE! geef hun weder die vergelding, naar het werk hunner handen.
65
Thau. Geef hun een deksel des harten; Uw vloek zij over hen!
66
Thau. Vervolg ze met toorn, en verdelg ze van onder den hemel des HEEREN.
Settings

Reading Style

Typeface

Font Size 19px

Options