Klaagliederen 3:11-14
11
Daleth. Hij heeft mijn wegen afgewend; en Hij heeft mij in stukken gebroken; Hij heeft mij woest gemaakt.
12
Daleth. Hij heeft Zijn boog gespannen, en Hij heeft mij den pijl als ten doel gesteld.
13
He. Hij heeft Zijn pijlen in mijn nieren doen ingaan.
14
He. Ik ben al mijn volk tot belaching geworden, hun snarenspel den gansen dag.
Settings