Skip to content
Jozua 5:7-8

Jozua 5:7-8

7
Maar hun zonen heeft Hij aan hun plaats gesteld; die heeft Jozua besneden, omdat zij de voorhuid hadden; want zij hadden hen op den weg niet besneden.
8
En het geschiedde, als men een einde gemaakt had van al dat volk te besnijden, zo bleven zij in hun plaats in het leger, totdat zij genezen waren.

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein