Johannes 11:33-35
33
Jezus dan, als Hij haar zag wenen, en de Joden, die met haar kwamen, ook wenen, werd zeer bewogen in den geest, en ontroerde Zichzelven;
34
En zeide: Waar hebt gij hem gelegd? Zij zeiden tot Hem: Heere, kom en zie het.
35
Jezus weende.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein