Job 5:1-7
1
Roep nu, zal er iemand zijn, die u antwoorde? En tot wien van de heiligen zult gij u keren?
2
Want den dwaze brengt de toornigheid om, en de ijver doodt den slechte.
3
Ik heb gezien een dwaas wortelende; doch terstond vervloekte ik zijn woning.
4
Verre waren zijn zonen van heil; en zij werden verbrijzeld in de poort, en er was geen verlosser.
5
Wiens oogst de hongerige verteerde, dien hij ook tot uit de doornen gehaald had; de struikrover slokte hun vermogen in.
6
Want uit het stof komt het verdriet niet voort, en de moeite spruit niet uit de aarde;
7
Maar de mens wordt tot moeite geboren; gelijk de spranken der vurige kolen zich verheffen tot vliegen.
Settings