Skip to content
Job 41:14-21

Job 41:14-21

14
De stukken van zijn vlees kleven samen; elkeen is vast in hem, het wordt niet bewogen.
15
Zijn hart is vast gelijk een steen; ja, vast gelijk een deel van den ondersten molensteen.
16
Van zijn verheffen schromen de sterken; om zijner doorbrekingen wille ontzondigen zij zich.
17
Raakt hem iemand met het zwaard, dat zal niet bestaan, spies, schicht noch pantsier.
18
Hij acht het ijzer voor stro, en het staal voor verrot hout.
19
De pijl zal hem niet doen vlieden, de slingerstenen worden hem in stoppelen veranderd.
20
De werpstenen worden van hem geacht als stoppelen, en hij belacht de drilling der lans.
21
Onder hem zijn scherpe scherven; hij spreidt zich op het puntachtige, als op slijk.
Settings

Reading Style

Typeface

Font Size 19px

Options