Job 38:25-27
25
Wie deelt voor den stortregen een waterloop uit, en een weg voor het weerlicht der donderen?
26
Om te regenen op het land, waar niemand is, op de woestijn, waarin geen mens is;
27
Om het woeste en het verwoeste te verzadigen, en om het uitspruitsel der grasscheutjes te doen wassen.