Job 28:1-4
1
Gewisselijk, er is voor het zilver een uitgang, en een plaats voor het goud, dat zij smelten.
2
Het ijzer wordt uit stof genomen, en uit steen wordt koper gegoten.
3
Het einde, dat God gesteld heeft voor de duisternis, en al het uiterste onderzoekt hij; het gesteente der donkerheid en der schaduw des doods.
4
Breekt er een beek door, bij dengene, die daar woont, de wateren vergeten zijnde van den voet, worden van den mens uitgeput, en gaan weg.
Settings