Skip to content
Job 20:15-20

Job 20:15-20

15
Hij heeft goed ingeslokt, maar zal het uitspuwen; God zal het uit zijn buik uitdrijven.
16
Het vergif der adderen zal hij zuigen; de tong der slang zal hem doden.
17
De stromen, rivieren, beken van honig en boter zal hij niet zien.
18
Den arbeid zal hij wedergeven en niet inslokken; naar het vermogen zijner verandering, zo zal hij van vreugde niet opspringen.
19
Omdat hij onderdrukt heeft, de armen verlaten heeft, een huis geroofd heeft, dat hij niet opgebouwd had;
20
Omdat hij geen rust in zijn buik gekend heeft, zo zal hij van zijn gewenst goed niet uitbehouden.

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein