Job 2:7-8
7
Toen ging de satan uit van het aangezicht des HEEREN, en sloeg Job met boze zweren, van zijn voetzool af tot zijn schedel toe.
8
En hij nam zich een potscherf, om zich daarmede te schrabben, en hij zat neder in het midden der as.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein