Skip to content
Jeremia 25:17-21

Jeremia 25:17-21

17
En ik nam den beker van des HEEREN hand, en ik gaf te drinken al den volken, tot welke de HEERE mij gezonden had;
18
Namelijk Jeruzalem en de steden van Juda, en haar koningen, en haar vorsten; om die te stellen tot een woestheid, tot een ontzetting, tot een aanfluiting en tot een vloek, gelijk het is te dezen dage;
19
Farao, den koning van Egypte, en zijn knechten, en zijn vorsten, en al zijn volk;
20
En den gansen gemengden hoop, en allen koningen des lands van Uz; en allen koningen van der Filistijnen land, en Askelon, en Gaza, en Ekron, en het overblijfsel van Asdod;
21
Edom, en Moab, en den kinderen Ammons;
Settings

Reading Style

Typeface

Font Size 19px

Options