Skip to content
Jeremia 1:6-9

Jeremia 1:6-9

6
Toen zeide ik: Ach, Heere HEERE! zie, ik kan niet spreken, want ik ben jong.
7
Maar de HEERE zeide tot mij: Zeg niet: Ik ben jong; want overal, waarhenen Ik u zenden zal, zult gij gaan, en alles, wat Ik u gebieden zal, zult gij spreken.
8
Vrees niet voor hun aangezicht, want Ik ben met u, om u te redden, spreekt de HEERE.
9
En de HEERE stak Zijn hand uit, en roerde mijn mond aan; en de HEERE zeide tot mij: Zie, Ik geef Mijn woorden in uw mond.
Settings

Reading Style

Typeface

Font Size 19px

Options