Gad, Aser en Nafthali
19
Aangaande Gad, een bende zal hem aanvallen; maar hij zal haar aanvallen in het einde.
20
Van Aser, zijn brood zal vet zijn; en hij zal koninklijke lekkernijen leveren.
21
Nafthali is een losgelaten hinde; hij geeft schone woorden.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein