Genesis 26:13-14
13
En die man werd groot, ja, hij werd doorgaans groter, totdat hij zeer groot geworden was.
14
En hij had bezitting van schapen, en bezitting van runderen, en groot gezin; zodat hem de Filistijnen benijdden.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein