Genesis 23:3-4
3
Daarna stond Abraham op van het aangezicht van zijner dode, en hij sprak tot de zonen Heths, zeggende:
4
Ik ben een vreemdeling en inwoner bij u; geef mij een erfbegrafenis bij u, opdat ik mijn dode van voor mijn aangezicht begrave.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein