Ezechiël 48:22-24
22
Van de bezitting nu der Levieten, en van de bezitting der stad af, zijnde in het midden van hetgeen des vorsten zal zijn; wat tussen de landpale van Juda, en tussen de landpale van Benjamin is, zal des vorsten zijn.
23
Aangaande voorts het overige der stammen; van den oosterhoek tot den westerhoek toe, Benjamin een snoer.
24
En aan de landpale van Benjamin, van den oosterhoek tot den westerhoek toe, Simeon een.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein