Skip to content
Ezechiël 39:3-6

Ezechiël 39:3-6

3
Maar Ik zal uw boog uit uw linkerhand slaan, en Ik zal uw pijlen uit uw rechterhand doen vallen.
4
Op de bergen Israels zult gij vallen, gij en al uw benden, en de volken, die met u zijn; Ik heb u aan de roofvogelen, aan het gevogelte van allen vleugel, en aan het gedierte des velds ter spijze gegeven.
5
Op het open veld zult gij vallen; want Ik heb het gesproken, spreekt de Heere HEERE.
6
En Ik zal een vuur zenden in Magog, en onder degenen, die in de eilanden zeker wonen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.
Settings

Reading Style

Typeface

Font Size 19px

Options