Skip to content
Ezechiël 34:1-2

Ezechiël 34:1-2

1
En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:
2
Mensenkind! profeteer tegen de herders van Israel; profeteer en zeg tot hen, tot de herders: Alzo zegt de Heere HEERE: Wee den herderen Israels, die zichzelven weiden! zullen niet de herders de schapen weiden?

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein