2
Mensenkind! spreek tot de kinderen uws volks, en zeg tot hen: Wanneer Ik het zwaard over enig land breng, en het volk des lands een man uit hun einden nemen, en dien voor zich tot een wachter stellen;
3
En hij het zwaard ziet komen over het land, en blaast met de bazuin, en waarschuwt het volk;