Skip to content
Exodus 29:5-6

Exodus 29:5-6

5
Daarna zult gij de klederen nemen, en Aaron den rok, en den mantel des efods, en den efod, en den borstlap aandoen; en gij zult hem omgorden met den kunstelijken riem des efods.
6
En gij zult den hoed op zijn hoofd zetten; de kroon der heiligheid zult gij aan den hoed zetten.

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein