Skip to content
Exodus 29:4-9

Exodus 29:4-9

4
Alsdan zult gij Aaron en zijn zonen doen naderen aan de deur van de tent der samenkomst; en gij zult hen met water wassen.
5
Daarna zult gij de klederen nemen, en Aaron den rok, en den mantel des efods, en den efod, en den borstlap aandoen; en gij zult hem omgorden met den kunstelijken riem des efods.
6
En gij zult den hoed op zijn hoofd zetten; de kroon der heiligheid zult gij aan den hoed zetten.
7
En gij zult de zalfolie nemen, en op zijn hoofd gieten; alzo zult gij hem zalven.
8
Daarna zult gij zijn zonen doen naderen, en zult hen de rokken doen aantrekken.
9
En gij zult hen met den gordel omgorden, namelijk Aaron en zijn zonen; en gij zult hun de mutsen opbinden, opdat zij het priesterambt hebben tot een eeuwige inzetting. Voorts zult gij de hand van Aaron vullen, en de hand zijner zonen.
Settings

Reading Style

Typeface

Font Size 19px

Options