De Israëlieten vestigen zich en vermenigvuldigen zich
1
Dit nu zijn de namen der zonen van Israel, die in Egypte gekomen zijn, met Jakob; zij kwamen er in, elk met zijn huis.
2
Ruben, Simeon, Levi, en Juda;
3
Issaschar, Zebulon, en Benjamin;
4
Dan en Nafthali, Gad en Aser.
5
Al de zielen nu, die uit Jakobs heup voortgekomen zijn, waren zeventig zielen; doch Jozef was in Egypte.
6
Toen nu Jozef gestorven was, en al zijn broeders, en al dat geslacht,
7
Zo werden de kinderen Israels vruchtbaar en wiesen overvloedig, en zij vermeerderden, en werden gans zeer machtig, zodat het land met hen vervuld werd.
Settings