Prediker 7:1-14
1
Beter is een goede naam, dan goede olie, en de dag des doods, dan de dag dat iemand geboren wordt.
2
Het is beter te gaan in het klaaghuis, dan te gaan in het huis des maaltijds; want in hetzelve is het einde aller mensen, en de levende legt het in zijn hart.
3
Het treuren is beter dan het lachen; want door de droefheid des aangezichts wordt het hart gebeterd.
4
Het hart der wijzen is in het klaaghuis; maar het hart der zotten in het huis der vreugde.
5
Het is beter te horen het bestraffen des wijzen, dan dat iemand hore het gezang der dwazen.
6
Want gelijk het geluid der doornen onder een pot is, alzo is het lachen eens zots. Dit is ook ijdelheid.
7
Voorwaar, de onderdrukking zou wel een wijze dol maken; en het geschenk verderft het hart.
8
Het einde van een ding is beter dan zijn begin; de lankmoedige is beter dan de hoogmoedige.
9
Zijt niet haastig in uw geest om te toornen; want de toorn rust in den boezem der dwazen.
10
Zeg niet: Wat is er, dat de vorige dagen beter geweest zijn, dan deze? Want gij zoudt naar zulks niet uit wijsheid vragen.
11
De wijsheid is goed met een erfdeel; en degenen, die de zon aanschouwen, hebben voordeel daarvan.
12
Want de wijsheid is tot een schaduw, en het geld is tot een schaduw; maar de uitnemendheid der wetenschap is, dat de wijsheid haar bezitters het leven geeft.
13
Aanmerk het werk Gods; want wie kan recht maken, dat Hij krom gemaakt heeft?
14
Geniet het goede ten dage des voorspoeds, maar ten dage des tegenspoeds, zie toe; want God maakt ook den een tegenover den ander, ter oorzake dat de mens niet zou vinden iets, dat na hem zal zijn.
Settings