Skip to content
Deuteronomium 32:8-9

Deuteronomium 32:8-9

8
Toen de Allerhoogste aan de volken de erfenis uitdeelde, toen Hij Adams kinderen vaneen scheidde, heeft Hij de landpalen der volken gesteld naar het getal der kinderen Israels.
9
Want des HEEREN deel is Zijn volk, Jakob is het snoer Zijner erve.
Settings

Reading Style

Typeface

Font Size 19px

Options