Deuteronomium 32:37-38
37
Dan zal Hij zeggen: Waar zijn hun goden; de rotssteen, op welken zij betrouwden?
38
Welker slachtofferen vet zij aten, welker drankofferen wijn zij dronken; dat zij opstaan en u helpen, dat er verberging voor u zij.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein