Deuteronomium 29:8-9
8
En wij hebben hun land ingenomen, en dat ten erve gegeven aan de Rubenieten en Gadieten, mitsgaders aan den halven stam der Manassieten.
9
Houdt dan de woorden dezes verbonds, en doet ze; opdat gij verstandelijk handelt in alles, wat gij doen zult.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein