Skip to content
Deuteronomium 29:7-8

Deuteronomium 29:7-8

7
Toen gij nu kwaamt aan deze plaats, toog Sihon, de koning van Hesbon, uit, en Og, de koning van Bazan, ons tegemoet, ten strijde; en wij sloegen hen.
8
En wij hebben hun land ingenomen, en dat ten erve gegeven aan de Rubenieten en Gadieten, mitsgaders aan den halven stam der Manassieten.

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein