Deuteronomium 2:18-19
18
Gij zult heden doortrekken aan Ar, de landpale van Moab;
19
En gij zult naderen tegenover de kinderen Ammons; beangstig die niet, en meng u met hen niet; want Ik zal u van het land der kinderen Ammons geen erfenis geven, dewijl Ik het aan Lots kinderen ter erfenis gegeven heb.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein