Skip to content
Deuteronomium 15:12-14

Deuteronomium 15:12-14

Vrijlating van Hebreeuwse slaven

12
Wanneer uw broeder, een Hebreer of een Hebreinne, aan u verkocht zal zijn, zo zal hij u zes jaren dienen; maar in het zevende jaar zult gij hem vrij van u laten gaan.
13
En als gij hem vrij van u gaan laat, zo zult gij hem niet ledig laten gaan:
14
Gij zult hem rijkelijk opleggen van uw kudde, en van uw dorsvloer, en van uw wijnpers; waarin u de HEERE, uw God, gezegend heeft, daarvan zult gij hem geven.

Bestudeer dit gedeelte

Commentaar op het gedeelte, niet per vers.

Waar de Schrift dit nog meer zegt.

  • Jeremia 34:14

    Ten einde van zeven jaren zult gij laten gaan, een iegelijk zijn broeder, een Hebreer, die u zal verkocht zijn, en u zes jaren gediend heeft; gij zult hem dan van u laten vrijgaan; maar uw vaders hoorden niet naar Mij, en neigden hun oor niet.
    vanuit vers 12
  • Exodus 21:2

    Als gij een Hebreeuwsen knecht kopen zult, die zal zes jaren dienen; maar in het zevende zal hij voor vrij uitgaan, om niet.
    vanuit vers 12
  • Exodus 21:6

    Zo zal hem zijn heer tot de goden brengen, daarna zal hij hem aan de deur, of aan den post brengen; en zijn heer zal hem met een priem zijn oor doorboren, en hij zal hem eeuwiglijk dienen.
    vanuit vers 12
  • Leviticus 25:39

    Desgelijks, wanneer uw broeder bij u zal verarmd zijn, en zich aan u verkocht zal hebben, gij zult hem niet doen dienen den dienst van een slaaf;
    vanuit vers 12
  • Leviticus 25:41

    Dan zal hij van u uitgaan, hij en zijn kinderen met hem, en hij zal tot zijn geslacht wederkeren, en tot de bezitting zijner vaderen wederkeren.
    vanuit vers 12
  • Deuteronomium 15:1

    Ten einde van zeven jaren zult gij een vrijlating maken.
    vanuit vers 12
  • Johannes 8:35

    En de dienstknecht blijft niet eeuwiglijk in het huis, de zoon blijft er eeuwiglijk.
    vanuit vers 12
  • Johannes 8:36

    Indien dan de Zoon u zal vrijgemaakt hebben, zo zult gij waarlijk vrij zijn.
    vanuit vers 12
  • Jeremia 22:13

    Wee dien, die zijn huis bouwt met ongerechtigheid, en zijn opperzalen met onrecht; die zijns naasten dienst om niet gebruikt, en geeft hen zijn arbeidsloon niet!
    vanuit vers 13
  • Maleachi 3:5

    En Ik zal tot ulieden ten oordeel naderen; en Ik zal een snel Getuige zijn tegen de tovenaars, en tegen de overspelers, en tegen degenen, die valselijk zweren, en tegen degenen, die het loon des dagloners met geweld inhouden, die de weduwe, en den wees, en den vreemdeling het recht verkeren, en Mij niet vrezen, zegt de HEERE der heirscharen.
    vanuit vers 13
  • Spreuken 3:27

    Onthoud het goed van zijn meesters niet, als het in het vermogen uwer hand is te doen.
    vanuit vers 13
  • Spreuken 3:28

    Zeg niet tot uw naaste: Ga heen, en kom weder, en morgen zal ik geven, dewijl het bij u is.
    vanuit vers 13
Settings

Reading Style

Typeface

Font Size 19px

Options