Deuteronomium 10:18-19
18
Die het recht van den wees en van de weduwe doet; en den vreemdeling liefheeft, dat Hij hem brood en kleding geve.
19
Daarom zult gijlieden den vreemdeling liefhebben, want gij zijt vreemdelingen geweest in Egypteland.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein