Daniël 2:31-33
31
Gij, o koning! zaagt, en ziet, er was een groot beeld (dit beeld was treffelijk, en deszelfs glans was uitnemend), staande tegen u over; en zijn gedaante was schrikkelijk.
32
Het hoofd van dit beeld was van goed goud; zijn borst en zijn armen van zilver; zijn buik en zijn dijen van koper;
33
Zijn schenkelen van ijzer; zijn voeten eensdeels van ijzer, en eensdeels van leem.
Settings