Handelingen 26:6-7
6
En nu sta ik, en word geoordeeld over de hoop der belofte, die van God tot de vaderen geschied is;
7
Tot dewelke onze twaalf geslachten, geduriglijk nacht en dag God dienende, verhopen te komen; over welke hoop ik, o koning Agrippa, van de Joden word beschuldigd.