Skip to content
Handelingen 26:31-32

Handelingen 26:31-32

31
En aan een zijde gegaan zijnde, spraken zij tot elkander, zeggende: Deze mens doet niets des doods of der banden waardig.
32
En Agrippa zeide tot Festus: Deze mens kon losgelaten worden, indien hij zich op den keizer niet had beroepen.

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein