Skip to content
Handelingen 26:30-31

Handelingen 26:30-31

30
En als hij dit gezegd had, stond de koning op, en de stadhouder, en Bernice, en die met hen gezeten waren;
31
En aan een zijde gegaan zijnde, spraken zij tot elkander, zeggende: Deze mens doet niets des doods of der banden waardig.

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein