Handelingen 2:34-35
34
Want David is niet opgevaren in de hemelen; maar hij zegt: De Heere heeft gesproken tot Mijn Heere: Zit aan Mijn rechter hand.
35
Totdat Ik Uw vijanden zal gezet hebben tot een voetbank Uwer voeten.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein
Settings