Petrus spreekt de menigte toe
14
Maar Petrus, staande met de elven, verhief zijn stem, en sprak tot hen: Gij Joodse mannen, en gij allen, die te Jeruzalem woont, dit zij u bekend, en laat mijn woorden tot uw oren ingaan.
15
Want deze zijn niet dronken, gelijk gij vermoedt; want het is eerst de derde ure van de dag.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein