Handelingen 12:15-16
15
En zij zeiden tot haar: Gij raast. Doch zij bleef er sterk bij, dat het alzo was. En zij zeiden: Het is zijn engel.
16
Maar Petrus bleef kloppende: en als zij opengedaan hadden, zagen zij hem, en ontzetten zich.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein