Skip to content
2 Samuel 22:38-41

2 Samuel 22:38-41

38
Ik vervolgde mijn vijanden, en verdelgde hen, en keerde niet weder, totdat ik ze verdaan had.
39
En ik verteerde hen, en doorstak ze, dat zij niet weder opstonden; maar zij vielen onder mijn voeten.
40
Want Gij omgorddet mij met kracht ten strijde; Gij deedt onder mij nederbukken, die tegen mij opstonden.
41
En Gij gaaft mij den nek mijner vijanden, mijner haters, en ik vernielde hen.

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein