2 Samuel 14:8-9
8
Toen zeide de koning tot deze vrouw: Ga naar uw huis, en ik zal voor u gebieden.
9
En de Thekoietische vrouw zeide tot den koning: Mijn heer koning, de ongerechtigheid zij op mij en op mijns vaders huis; de koning daarentegen, en zijn stoel, zij onschuldig.