Skip to content
2 Kronieken 31:5-8

2 Kronieken 31:5-8

5
Toen nu dat woord uitbrak, brachten de kinderen Israels vele eerstelingen van koren, most, en olie, en honig, en van al de inkomsten des velds; ook brachten zij de tienden van alles in met menigte.
6
En de kinderen van Israel en Juda, die in de steden van Juda woonden, brachten ook tienden der runderen en der schapen, en tienden der heilige dingen, die den HEERE, hun God, geheiligd waren, en maakten vele hopen.
7
In de derde maand begonnen zij den grond van die hopen te leggen, en in de zevende maand voleindden zij.
8
Toen nu Jehizkia en de vorsten kwamen en die hopen zagen, zegenden zij den HEERE en Zijn volk Israel.
Settings

Reading Style

Typeface

Font Size 19px

Options