1 Timotheüs 3:4-5
4
Die zijn eigen huis wel regeert, zijn kinderen in onderdanigheid houdende, met alle stemmigheid;
5
(Want zo iemand zijn eigen huis niet weet te regeren, hoe zal hij voor de Gemeente Gods zorg dragen?)
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein