Skip to content
1 Koningen 22:8-9

1 Koningen 22:8-9

8
Toen zeide de koning van Israel tot Josafat: Er is nog een man, om door hem den HEERE te vragen; maar ik haat hem, omdat hij over mij niets goeds profeteert, maar kwaad: Micha, de zoon van Jimla. En Josafat zeide: De koning zegge niet alzo!
9
Toen riep de koning van Israel een kamerling, en hij zeide: Haal haastelijk Micha, den zoon van Jimla.

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein